





Wanneer u zich aanmeldt wordt u uitgenodigd voor een intakegesprek.
Het kind wordt zelf ingeschakeld om de eigen problemen aan te pakken. Omdat het kind
een ‘relatie’ heeft met de klacht, blijft het als probleem bestaan.
De therapeut zal
het kind met respect de ruimte bieden om binnen de eigen mogelijkheden oplossingen
te ontdekken.
Het toepassen van dit principe lijkt de therapie- duur behoorlijk te
kunnen bekorten.
Er zijn 4 fases te onderscheiden:
De intake fase waarin de therapeut met de ouders het probleem van het kind bespreekt.
De verkenning- en diagnose fase. In (ongeveer) 5 sessies wordt de interne structuur van het kind verkend. “Hoe zit dit kind in elkaar” Daarbij wordt ook zo mogelijk nagegaan of er sprake is van een stoornis ( in de aanleg meegegeven), van een belemmering (een in en door de omgeving ontstaan probleem) of van een combinatie van die twee.
De uitvoering van het behandelplan. Bespreking van dit behandelplan maakt de ouders ook duidelijk waardoor problemen kunnen blijven bestaan en wat er voor nodig is om ze op te lossen.
Ter afronding van de therapie vindt er een evaluatie plaats met de ouders en met het kind. Afzonderlijk van elkaar. Het kind bepaalt uiteindelijk wanneer de therapie stopt, tenzij er andere dwingende redenen zijn die dat bewerkstelligen.
In de therapie worden allerlei materialen en hulpmiddelen gebruikt zoals knuffels,
spelletjes, speelgoed die bij de belevingswereld van het kind passen. Ook worden
interventie technieken gebruikt met de bedoeling om zo nauwkeurig mogelijk aan te
sluiten bij de communicatievorm die het kind kiest of die het uit zichzelf bezit.
Sommige kinderen praten gemakkelijk en graag, andere kinderen uiten zich meer en
liever door spel. Sommige kinderen zijn uit hun aard enthousiast en coöperatief,
andere blijven op hun eigen eilandje en geven zich moeizaam.
Elk kind heeft recht
op een speciale en op zijn/haar behoefte toegespitste benadering.
